Het schouwspel: community building

Investeren in de buurt en haar bewoners is meer dan een kwestie van geld. KOEK, Nieuwe Verbindingen en Buurtmakersaanpak laten zien dat de inzet en betrokkenheid van bewoners cruciaal is voor de kracht van een buurt. En het begint allemaal met een kopje koffie en een praatje.

Op de website voor sociale vraagstukken merkte Anita Keita – directeur van Versa Welzijn – op 14 juli 2020 op dat gemeenten ondanks het bewezen nut van gemeenschapsopbouw er niet vanzelfsprekend in investeren.

Bij de politieke en bestuurlijke overwegingen om al dan niet geld in burgers en buurt te steken, spelen volgens Keita twee factoren een belangrijke rol: de stand van de gemeentelijke begroting en de wens van politici om op korte termijn resultaten te boeken. Vooral dat laatste staat haaks op het gegeven dat de opbouw van krachtige buurten tijd kost.

Keita wijst er terecht op dat gemeenten bijna automatisch bezuinigen op de sociale basis, zodra ze geconfronteerd worden met tekorten op hun begroting. Kritiek op dat automatisme is terecht, maar de suggestie die ervan uitgaat dat gemeenschapsopbouw of community building vooral afhankelijk is van geld, is onjuist. De betrokkenheid en inzet van bewoners is veel belangrijker.

Bewoners als vertrekpunt
KOEK, Nieuwe Verbindingen, Buurtmakersaanpak: het zijn drie verschillende namen voor een bijzondere aanpak om mens en buurt meer op elkaar te betrekken. Een die bewoners stimuleert om zichzelf te ontplooien en vervolgens gezamenlijk te bouwen aan open, vitale en veerkrachtige gemeenschappen waarin bewoners samen met professionals experimenteren met vormen van inclusief samenleven.

Zowel KOEK als Nieuwe Verbindingen en de Buurtmakersaanpak ontlenen veel van hun gedachten aan het Angelsaksische Asset Based Community Development. Een ontwikkelingsvorm waarvan het vertrekpunt ligt in de wijk en haar bewoners.

Kort gezegd, een aanpak die start met een exploratie van de aanwezige capaciteiten en vaardigheden van buurt en bewoners en uitmondt in een individueel en collectief toekomstplan. En waar nodig wordt gezocht naar externe steun voor de uitvoering ervan.

Bouwers van de gemeenschap
In de aanpak ter bevordering van individuele en collectieve ontwikkeling zoals KOEK, Nieuwe Verbindingen en Buurtmakersaanpak voorstaan, spelen vier deelnemers een belangrijke rol. De volgorde waarin ik ze behandel, is willekeurig en dient niet gezien te worden als rangschikking naar waarde en betekenis. Ze zijn alle vier evenveel waard en betekenisvol.

Om te beginnen is er de community builder of wijkcoach. Een professional die werkt vanuit de gemeenschap, aansluiting heeft bij de leefwereld van wijkbewoners en hen zowel individueel als collectief begeleidt. Hij (of zij) is een verbinder van mensen, talenten, passies en wensen, toont lef, is creatief en vernieuwend.

Mira is zo’n professionele duizendpoot. Een vijftiger die mensen kán volgen omdat haar rol niet is ingeperkt door prestatieafspraken tussen welzijnsorganisatie en gemeente. Daardoor kan ze als community builder doen wat nodig is, voor buurt en bewoners.

In haar vrije rol zoekt Mira actief contact met buurtbewoners zo maar op straat of bijvoorbeeld bij een pipowagen in de buurt. Onder het genot van een kopje koffie praat ze met hen over hun wensen en verlangens. Ze luistert naar hun vragen en verhalen.

Mira zoekt samen met de buurtbewoners hoe zij, zonder druk en in eigen tempo, aan het buurtleven kunnen meedoen. En hoe zij met een beroep op hun talenten en vaardigheden iets voor een ander kunnen doen.

Wederkerigheid
Cruciaal voor haar werkwijze is het uitgangspunt dat ieder mens mee wil doen, en dat buurtbewoners een gevoel van wederkerigheid willen ervaren, oftewel dat zij zien en gezien worden, helpen en geholpen worden en aandacht geven en krijgen.

Hierdoor krijgt iedere buurtbewoner het gevoel dat hij van betekenis is en dat zijn eventuele beperking geen beletsel vormt om daadwerkelijk mee te doen.

Neem Marc (44): vanwege zijn psychosen heeft hij vele jaren in instellingen doorgebracht, nu woont hij in de wijk. Hij vindt het spannend om voor het eerst in zijn leven zelfstandig te wonen. Eng ook wel, want hij moet het doen zonder de bescherming en de veiligheid van de instelling.

Om zijn buren en andere buurtbewoners te leren kennen, heeft Marc een persoonlijk begeleider nodig. Uit zichzelf durft hij niet op zijn buren af te stappen. Via Mira is Marc in contact gekomen met Luna. Zij treedt op als diens persoonlijke begeleider.

Meer samenhang door tafeltennis
In gesprek met Luna vertelde Marc onder anderen dat hij vroeger vaak tafeltenniste en dat hij dat graag weer zou willen doen. Door hun gesprekken en beider inspanning staat er thans een tafeltennistafel op een plein in de buurt. Daar heeft Marc wat aan – hij kan tafeltennissen en met andere mensen in contact komen – en ook de buurt is erbij gebaat – het plein heeft aan levendigheid gewonnen. En doordat buurtbewoners elkaar vaker tegenkomen, neemt de samenhang in de buurt toe.

Behalve dat dit voorbeeld de essentie van de gevolgde werkwijze weergeeft, introduceert ze ook de persoonlijk begeleider. Een zorgprofessional die mensen in hun dagelijkse leven ondersteunt, en gesprekken met hen voert over het toekomstperspectief dat zij voor ogen hebben. Gesprekken in de trant van ‘wat zou je willen doen, wat wil jij aan de buurt bijdragen?’

Geen regelzucht, maar betrokkenheid
Peet (51) is als persoonlijk begeleider sterk betrokken bij het wel en wee van de buurtbewoners onder zijn hoede. Als ervaringswerker snapt hij als geen ander dat mensen zoveel mogelijk zelf willen doen. Hij is geen regelaar en werkt vanuit passie.

Illustrerend voor zijn manier van werken, is zijn begeleiding van Ingrid (47), een vrouw die van mooie kleren houdt, maar geen geld heeft om ze te kopen.

Peet vertelt haar niet dat ze maar zoveel geld heeft en daarmee moet zien te redden, maar wijst Ingrid op het bestaan van de ‘weggeefwinkel’: een winkel waar je tegen inlevering van ‘oude’ kleren, ‘nieuwe’ kleren mag uitzoeken. Ter ondersteuning gaat Peet bij Ingrids eerste bezoek aan de weggeefwinkel met haar mee.

De buurtverbinder als schakel
Community building is van en draait om buurtbewoners. De community builder of wijkcoach en de persoonlijk begeleider ondersteunen bewoners waar nodig om hun wensen en verlangens, voor zichzelf en de buurt, uit te werken en zetten actief mensen op elkaar spoor. De professionals zijn kortom dienend aan de buurtbewoners. Niet het belang van de professional of welzijnsorganisatie maar dat van buurtbewoners staat voorop.

Hoe zwaar de participatie van bewoners zelf weegt, blijkt ook uit de bijdrage en betekenis van buurtverbinders in de buurt. Iedere buurt of wijk kent een of meerdere bewoners die omkijken naar anderen, zich inzetten voor aanleg en beheer van het groen, zwerfvuil bestrijden en zich beijveren voor meer sociale samenhang. Als verbinders pur sang vormen zij een onmisbare schakel tussen bewoners en professionals.

Theo (67), net gepensioneerd, is zo’n verbinder. Hij kent iedereen en weet wat er in de buurt speelt en is een belangrijke bondgenoot van de community builder. Ook is hij een steun en toeverlaat voor de persoonlijke begeleiders. Hij weet vaak waarom iemand plots verstek laat gaan bij activiteiten en meldt als er ‘gedoe’ is.

Verbindingen leggen
In community building, of dat nu onder de noemer gaat van KOEK, Nieuwe Verbindingen, Buurtmakersaanpak, werken bewoners en professionals samen aan individuele en collectieve ontwikkeling. Lees: aan versterking van buurt en buurtbewoners

Leidend idee bij deze aanpak is dat iedere bewoner, ook de kwetsbare, kan en wil meedoen en dat wederzijde hulp en ondersteuning alle bewoners en de buurt tegemoet komen.

Om community building gestalte te geven, moeten verbindingen worden gelegd: tussen burgers onderling, en tussen burgers en professionals. Zodat ze samen uit kunnen vinden wat de buurt bezighoudt en wat bewoners drijft om al dan niet te participeren.

Belang buurt neemt toe
Het belang van de buurt is sinds de afkondiging van participatiesamenleving groter geworden. Vooral de decentralisaties van 2015, die gemeenten verantwoordelijk maakten voor zorg en welzijnsarrangementen op lokaal niveau, hebben daar zeer aan bijgedragen.

Grote vraag bij dit nog immer voortgaande proces is hoe gemeenten voorzieningen en buurten zodanig kunnen organiseren dat bewoners zich werkelijk ondersteund voelen bij hun persoonlijke ontwikkeling en dat van hun buurten.

Start met praatje en kopje koffie
De Buurtmakersaanpak, KOEK en Nieuwe Verbindingen laten zien dat het allemaal kan begint op een elementair niveau, met een kopje koffie en een praatje. Ze laten zien dat de kern van community building bestaat uit luisteren, kijken en samenwerken. Met een zoektocht naar bewoners en hun buurten en naar wat mensen willen.

De verschillende fasen van community building – praatje maken, toekomstplan opstellen, vieren van behaalde resultaten- lopen vaak kriskras door elkaar, en zijn daardoor niet altijd helder van elkaar te onderscheiden.

Wat er gaandeweg community building gebeurt, is dat bewoners zich steeds meer bij hun buurt betrokken voelen, en met plannen komen. Natuurlijk hoop je, terugkerend naar de kritiek op een al te snel van stal gehaald bezuinigingsbeleid, dat gemeenten ruimte blijven maken voor de uitvoering van bewonersplannen. Opdat buurtbewoners zich erkend en gekend voelen, de informele zorg toeneemt en mensen meer dingen voor elkaar en hun buurt gaan doen.

Een interview (2019)

De gemeente Nieuwegein ondersteunt haar inwoners onder anderen met Klimmen Op Eigen Kracht (KOEK). KOEK is een aanpak die mensen met elkaar verbindt en de sociale cohesie versterkt.

Sociaal ondernemer Irma Vroegop is als projectleider verantwoordelijk voor de uitvoering van de twee lopende KOEK-projecten in Nieuwegein. Het uitgangspunt van deze projecten is dat ieder mens talenten en krachten heeft die hij met een ander kan delen. ‘Met KOEK zetten we mensen op elkaars spoor, zodat ze van elkaar kunnen leren en wederzijds hulp bieden. Door bijvoorbeeld samen sterren te kijken en mooie jurken te maken, krijgen activiteiten voor mens én buurt een betekenis die verder reikt dan de activiteiten zelf.’

Dromen en verbinden
Vroegop: ‘Iedereen kan zich in zijn leven soms buitengesloten voelen. Dat komt vaak doordat mensen niet meer worden gevraagd of omdat ze zijn gestopt met nadenken over de vraag of ze iets voor een ander kunnen betekenen. Met KOEK willen we hen een nieuw perspectief bieden, zodat zij zich weer welkom weten en het gevoel hebben dat er naar hen wordt geluisterd.’

Klimmen Op Eigen Kracht gaat over passies en dromen. ‘Over hoe mensen elkaar kunnen ondersteunen om passies te beleven en dromen uit te laten komen. Cruciaal in onze aanpak is dat mensen zelf daartoe verbindingen leggen met elkaar, niet de professional.’ Als mensen elkaar helpen, vallen verschillen weg, zegt Vroegop. ‘Neem Henk, tot voor kort kwam hij wekelijks voor zijn medicatie op het medisch centrum in Jutphaas-Wijkersloot. Na een paar gesprekken bij een Pipowagen tegenover het centrum bleek dat Henk met zijn technische achtergrond graag iets voor een ander wilde doen. We stelden hem vervolgens aan Arne voor, een man die niet gemakkelijk alleen het huis uitgaat en die modeltreinen als hobby heeft. Nadat we Henk en Arne aan elkaar hadden voorgesteld, zijn ze samen naar een modeltreinenbeurs gegaan. Het is maar een voorbeeld van hoe KOEK mensen met elkaar verbindt en hoe die vervolgens iets voor elkaar kunnen betekenen.’

KOEK fikst niet
Vroegop: ‘KOEK fikst niets maar er voor zorgt dat mensen een beroep doen op elkaars krachten en talenten.’

Huisarts Erik Asbreuk ziet veel mensen in de problemen komen omdat ze geen regie over hun eigen leven kúnnen voeren. ‘Als iemand ziek is, geen dak boven zijn hoofd heeft of van een te laag inkomen moet rondkomen, dan kan hij zelfregie voeren tot hij een ons weegt maar zijn situatie zal er niet beter door worden.’

Positieve gezondheid is, aldus de huisarts, meer gebaat bij een goede samenwerking tussen zorg en welzijn, dan een zwaar accent op zelfregie. Vooral omdat ruim 60 procent van het werk van een huisarts de facto in het sociaal domein valt.

Een beleid gericht op het functioneren en welbevinden van mensen valt of staat met het vertrouwen in zorg en welzijnsprofessionals. ‘Met het vertrouwen in de huisarts zit het meestal wel goed. Ik vermoed dat mijn enthousiasme voor KOEK overgeslagen is op tal van mijn patiënten en andere buurtbewoners.’

Asbreuk: ‘Het bijzondere van de KOEK-coaches is dat ze hier gewoon voor deur staan en mensen aanspreken, niet op hun ziekte maar op hun menszijn. En ze beogen niet meer dan een vlammetje bij mensen aan te steken. Ze zijn gericht op kleine resultaten, gebruiken geen grote woorden, maar zitten op de stoep en “ouwehoeren” gewoon. Vergis je niet hoor, ouwehoeren is zo gemakkelijk nog niet. Maar het heeft wel effect, je kunt er echt iets mee bewerkstelligen. Immers, betekenisvolle relaties en zingeving zijn belangrijke elementen die de veerkracht en daarmee ook de gezondheid bevorderen.’

De kunst van praatjes maken
Sabrina Eijk, gemeentelijke programmaleider buurtkracht en positieve gezondheid, is het met Asbreuk eens dat je met praten ´als je het goed doet, veel kunt bereiken.’ Dat laat KOEK in zijn korte bestaansgeschiedenis wel zien, volgens haar.’ Ze geeft een voorbeeld van hoe KOEK werkt: ‘een kunstenaar zei tussen neus en lippen door dat zij in de buurt iets met kunst wilde doen. Om samen met bewoners de omgeving wat op te vrolijken en een thuisgevoel te creëren. Na een kort praatje stond er zes weken lang een steiger tegen de zijkant van een gebouw en was een hele buurt driftig aan het schilderen. In die paar weken zijn ook veel relaties gelegd en is er een gevoel van collectieve trots ontstaan, zo van dit gebeurt wel in onze buurt hoor.’

KOEK kan ook bij mensen individueel veel teweeg brengen. ‘Door mensen in simpele gesprekken naar hun passies en dromen te vragen, blijken ze vaak dingen te kunnen en willen doen waarvan zowel zijzelf als de buurt beter worden.´

´We willen KOEK graag gemeente-breed uitrollen, mogelijk probleem daarbij is echter wel dat er slechts weinig professionals opgeleid zijn in deze manier van werken. Het zou absoluut een gemiste kans zijn als we KOEK niet in de andere buurten van Nieuwegein kunnen introduceren vanwege een capaciteitsgebrek. We denken er over om buurtbewoners.

 

 

Wethouder blij met KOEK
Wethouder Jan Kuiper van Zorg en Transformatie  is enthousiast over Klimmen Op Eigen Kracht (KOEK). Hij ziet KOEK ‘als een open, niet-dwingende vorm van verheffing waarbij mensen elkaar uitnodigen om zichzelf te ontwikkelen en elkaar stimuleren om hun dromen te realiseren.’

De “running gag” gaat over de huisarts die tegen zijn patiënt zegt dat hij hem wel weer een anti-depressiemiddel of slaapmedicatie kan voorschrijven, maar dat het misschien een beter idee is als patiënt naar KOEK gaat om zijn dromen na te jagen.

KOEK past binnen het positieve gezondheidsbeleid dat Nieuwegein handen en voeten probeert te geven. ´Onze voorlopige bevinding is dat KOEK door haar laagdrempeligheid en focus op de mens zelf lijkt bij te dragen aan het individueel en collectief welbevinden in Nieuwegein.’ Gezien het succes in de Rijtuigenbuurt en Jutphaas-Wijkersloot overweegt de gemeente om KOEK ook in een derde wijk te introduceren.

Voor de gelegenheid heeft Nel haar beroemde tomaten-groentensoep gemaakt plus een soep op basis van een recept ‘dat ik van MAX-tv heb.’ Malu (Philadelphia) en ik hebben broodjes meegenomen. Aan de eettafel van Nel schuiven deze keer ook Liesbeth (bedrijfsleider Spark United) en Saskia (vrouwennetwerk) aan. We wisselen nieuws uit, praten over buurtactiviteiten en gaan wat dieper in op de rol van een vertrouwenspersoon.

De eettafel vloeit voort uit de bijeenkomst, nu bijna een jaar geleden, die erop was gericht om professionals, actieve buurtbewoners en vrijwilligers uit de buurt dichter bij elkaar te krijgen. Van de betrokkenen wilden we weten waar buurtbewoners samenkwamen en hoe ze elkaar en de gemeenschap konden versterken.

Sindsdien komen we eens in de zes weken bij elkaar. In het begin waren buurtbewoners als Nel, Saskia, Samira en Milana er overigens zelden bij. En voor professionals was een kennismaking met elkaar voldoende, er zijn korte lijntjes met elkaar en voldoende overlegmomenten waar men elkaar tegenkomt. Actieve bewoners kunnen zich bij deze verschillende formele overlegstructuren desgewenst aansluiten.

Echter omdat buurtbewoners in eerste instantie verstek lieten gaan, benaderde ik Nel, Saskia en Milana via andere wegen en vroeg ik ze waar zij wel behoefte aan hadden. Alle drie zeiden ze volmondig liever informeler en in kleinere groepen te willen praten. ‘Gewoon met mensen die actief in de buurt zijn.’

Met hun antwoord gaven Nel, Saskia en Melania haarfijn aan wat er nodig is om een gemeenschap sterker te maken. In een krachtige en samenhangende samenleving weten bewoners elkaar te vinden, herkennen ze elkaars talenten, benutten ze elkaars kwaliteiten en ontplooien ze gezamenlijk initiatieven.

Professionals kunnen dat proces stimuleren, maar alleen door aan te sluiten en als ze oog hebben voor en uitgaan van de energie en de verlangens van de buurtbewoners. Community building, het kan niet genoeg benadrukt worden, draait om wat buurtbewoners zelf willen en kunnen. En professionele ondersteuning is welkom, als buurtbewoners daarom vragen.

De tijd aan de eettafel verloopt snel, te snel. We komen tijd tekort. Onze agenda’s – nog te zeer bepaald door de wereld van het systeem – staan ons niet toe nog langer in de huiskamer van Nel te vertoeven.

Bij het afscheid zegt Liesbeth dat ze het zoveel fijner vindt om zo, in de huiskamer, aan de eettafel, bij elkaar te komen. ‘We praten dan als gelijken met elkaar.’ Aan de eettafel verdwijnen, wat plechtstatiger geformuleerd, de verschillen tussen de systeem- en leefwereld. En we worden er allemaal blij van. Over twee maanden eten we bij Liesbeth thuis.

Irma Vroegop, sociaal ondernemer, community coach

Met Nel Gallouh (buurtvertrouweling), Saskia Draaisma (kartrekker Vrouwennetwerk Geuzeveld), Malu de Wit (Philadelphia), Liesbeth Wit (bedrijfsleider Spark United)

 

 

Ga maar staan, dan horen ze je beter!’ tipt de buurvrouw met 30 jaar bad juf-ervaring. Het toegesproken meisje staat ietwat bedremmeld op en vertelt aan de aanwezige buren dat zij graag een meidenclub wil. Er is veel voor jonge kinderen geregeld, zegt ze, maar de buurt heeft meiden van 18plus weinig te bieden. Dat het meisje het initiatief neemt, is bijzonder. Hoewel, ze treedt daardoor wel in de voetsporen van haar moeder, Fatima, die vandaag voor de hapjes zorgt en een vrouwengroep en de maandelijkse Hightea in het buurthuis begeleidt. De sfeer is goed op deze lentedag vlak voor Pasen. Het is het eerste buurtoploopje.

Lange adem vereist
Tijdens een lunch, zes weken geleden, vroeg ik aan Cheryl (Philadelphia) en Lianne (Dynamo) wanneer zij tevreden zouden zijn over het buurtoploopje.  Hun antwoord: ‘als er ten minste één nieuweling komt.’ We spraken op die gelegenheid ook over de functie van een buurthuis: is het een plek voor de buurt, waar mensen zich vrij kunnen voelen om dingen te doen die zij belangrijk vinden. Is het buurthuis er voor iedereen, dus ook voor mensen die begeleid wonen, en dan niet als aparte categorie maar gewoon als buurtbewoner?

We discussiëren ook over de mogelijkheden van het buurthuis en over de kansen om nieuwe energie aan te boren. Na de lunch togen we de buurt in, om te horen wat bewoners van het buurthuis vonden. Zo hoorden we dat ook de tennisvereniging een belangrijk ontmoetingspunt vormt en dat een groepje wielrenners uit de buurt wekelijks een rondje van 80 kilometer fietst. En de geschiedenis van de  buurttuin en dat bewoners elkaar op de jeu de boules baan treffen.

Na het straatjutten spraken we af dat Lianne en Cheryl wekelijks de buurt in zouden gaan om praatjes te maken en mensen uit te nodigen voor het buurtoploopje. Gewoon aanbellen en flyers uitdelen kon ook. Nog bij het feestelijk inrichten van de buitentafels, spraken zij hun twijfels uit. ‘In deze buurt werken mensen alleen maar, overdag loopt er niemand op straat, er is geen behoefte aan grotere saamhorigheid.’

Community building vereist lange adem. Het is vergelijkbaar met het verhaal over De Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupéry, een lieftallig relaas waarin een prins door steeds weer te verschijnen het vertrouwen van een vosje weet te winnen.

Present zijn en vertrouwen winnen
De hapjes van Fatima en het warme welkom creëren een ontspannen en gezellige sfeer op het eerste buurtoploopje. Mensen worden uitgenodigd om iets over zichzelf te vertellen. En wat willen zij voor hun buurt en wat kunnen zij eraan bijdragen? Er melden zich drie! nieuwe bewoners. Ook zijn er enkele trouwe bezoekers, zoals Sonja, die graag cultureel wil koken met buren. Ze was al eerder actief voor de buurt geweest en heeft zin om weer wat te doen.

De oogst van deze lentedag is dat mensen een gezellige middag hebben, dat buurman Achmed, die nu zeven maanden in de buurt woont, met een paar buurtgenoten kennis heeft gemaakt en er drie ideeën zijn geopperd die direct opgepakt kunnen worden.

‘Er is niemand gekomen die we tijdens de buurtschouw op straat hebben aangesproken, maar ik heb wel geleerd dat je ook kunt vertrouwen op het netwerk van de bewoners die al betrokken zijn’, zegt Cheryl na afloop. Lianne beaamt dit en voegt daar aan toe ‘Mij is ook duidelijk geworden dat je je verwachtingen moet leren loslaten, en erop durven te vertrouwen dat het wel goed komt’.

De kunst van community building is om het ijzer te smeden als het heet is, en je moet niet te lang  wachten om vervolgafspraken te maken met de mensen die ideeën opperen. En je moet lef tonen, mijn collega’s hoorden van bewoners dat ze het helemaal niet erg vinden al er bij hen aangebeld wordt. Ze zien het helemaal niet als een aantasting van privacy. Integendeel, buurtbewoners stellen het op prijs als mijn collega’s aanbellen, want dan hebben ze het gevoel dat ze daadwerkelijk welkom zijn. Door als community builder present te zijn, win je het vertrouwen van bewoners. En dat is uiteindelijk de crux voor het ontstaan van een hechte gemeenschap.

Irma Vroegop, sociaal ondernemer, community coach
Met Cheryl Steunebrink (Stichting Philadelphia) en Lianne van Rooijen (Dynamo Amsterdam)

Een groepje vrouwen in het voormalig verzorgingshuis Nieuw Geuzenveld praat vanochtend over de vraag waar zij zich thuis voelen, of zij een eigen plek hebben. De gesprekspartners vormen een gemêleerd gezelschap, ze zijn jong, oud, geschoold, ongeschoold, vrijwilliger, professional, buurtgenoot, wonen zelfstandig of begeleid en hebben verschillende culturele en religieuze achtergronden. Maar één ding hebben ze gemeen, ze zijn allen vrouw.

Dat gemeenschappelijke, hun gender, maakt het mede mogelijk om verbindingen te leggen, grenzen op te heffen en van elkaar te leren. Een voorbeeld van hoe dat gaat: Nel vertelt over haar ‘thuisplek’: een ruimte in haar huis waar zij zich graag een uurtje terugtrekt. Denise hoort haar verhaal enthousiast aan en laat weten dat ze ook zo’n plekje voor zichzelf wil omdat ze ‘soms maar moeilijk’ met haar boosheid om kan gaan. Aan het einde van de ochtend spreken Nel en Denise af om er apart nog eens over door te praten.

Een gezamenlijke dans waarin niemand leidt

Enige tijd terug alweer, tijdens een Burendag, gaven diverse vrouwen uit de buurt aan dat ze een vrouwenochtend wilden. Vandaag is alweer de achtste keer dat ze samen komen. Om het elan te behouden, hebben de vrouwen tussentijds contact met elkaar. Vragen ze via mail, telefoon of app of deze of gene er de volgende keer ook weer bij is, en wat iemand de volgende keer met de groep zou willen delen.

Als community builder sta ik niet buiten de groep, integendeel ik ben met de vrouwen verbonden en doe actief met hen mee. Tegelijkertijd let ik als professional op de groepsdynamiek, en coach ik de gespreksleidster als zij daarom vraagt. Er is ook een verschil tussen de groep en mij: ik ben er slechts tijdelijk bij, terwijl de relaties die hier ontstaan, vriendschappen wellicht, voor het leven kunnen zijn.

De relaties die de vrouwen met elkaar aangaan, zijn gebaseerd op vertrouwen, verwantschap en gelijkwaardigheid. Gezamenlijk dansen ze een dans waarin niemand leidt en waarvan ze zelf de duur bepalen.

Community building is een continue proces van verbinden. Een intensief proces dat veel van iedere deelnemer vraagt. Ook van de professional die de groep ondersteunt. Het is zoals de ontwerper van de ABCD-aanpak, Cormac Russell, onlangs tegen mij zei: ‘Het hoort bij je vaardigheden als community builder om op evenwichtige wijze met die intensiteit om te gaan. Alleen dan kan je de community helpen om zichzelf te versterken.’

Irma Vroegop werkzaam als community builder, coach en procesbegeleider

Dideeen steunen en versterkenonderdag 21 januari 2016 praten we over 1,5 jaar ervaring met verhalen van bewoners als inspiratiebron voor sociale verandering. We zijn bewoners, professionals en ambtenaren uit Buitenveldert. We ontdekten dat drie cruciale krachtbronnen leiden tot succesvolle bewonersnetwerken.

  1. Neem de praktijk als vertrekpunt en bouw daaromheen een netwerk van relevante partijen
  2. Werk altijd vanuit gezamenlijk opdrachtgeverschap
  3. Maak jaarbegrotingen en subsidiestromen dienend aan het primaire proces.

Open deuren, toch!
Daarom zal de discussie zich toespitsen op de vraag Waarom gebeurt dit zo weinig? én vooral op de vraag Wat is er nodig om dit samen voor elkaar te krijgen?

aan tafelHoe werk je als bewoner, sociaal professional of ambtenaar samen in een veranderende wereld? Hoe ga je om met de vanzelfsprekende spanning tussen de verschillende belangen en behoeftes. Wat kan jij doen vanuit jouw rol en verantwoordelijkheid om in gezamenlijkheid te bouwen aan succesvolle netwerken, innovaties en praktijken?

Regelmatig organiseer ik, vaak samen met een netwerkpartner, leerbijeenkomsten voor verschillende doelgroepen.

Karakteristiek voor leerbijeenkomsten zijn de mate van lichtheid, veiligheid en optillen en afzakken van de praktijk. De aanpak is gebaseerd op vijf principes:

  • Leren door doen en reflecteren
    Geen oeverloos gepraat over missie en visie, klantroutes etc. In een leertraject bewandelen we niet de instrumentele weg en stopten we geen energie in het samenstellen van welzijnsarrangementen of het opstellen van standaardprocedures. We richten een leeromgeving in, zorgden ervoor dat alle invalshoeken aan tafel zaten zodat de implementatie van deze methodiek door de huidige uitvoerenden, professionals en bewoners zelf wordt gedaan. Door als lerend ‘team’ te willen functioneren kun je vanuit die gedeelde praktijken toewerken naar gezamenlijk innovaties. Dit gebeurde aan de hand van praktijkverhalen en het opsporen van werkzame mechanismes.  Op deze manier werk je aan veerkracht en bekwaamheid van de betrokkenen en zorg je voor een verband dat in staat is zichzelf permanent te verbeteren, te vernieuwen en te ontwikkelen. Twijfelaars en critici worden over de streep getrokken en ambassadeurs van de vernieuwing. Elkaar verhalen vertellen ipv de blauwdrukaanpak.
  • Samen kom je verder
    Iedereen weet het maar niemand doet het. Als je vraagt naar de waarde van samenwerken vindt iedereen het belangrijk. Maar toch modderen de meesten in hun eentje. Denk aan de POHer die een eenzame oudere bezoekt. Zij heeft goed in beeld waar deze oudere behoefte aan heeft en naartoe zou kunnen maar het ontbreekt haar aan een verfijnde blik op wat er leeft en speelt in de buurt. Kan ook niet anders. Er is veel onzichtbaar voor beroepskrachten die niet in de buurten werken.  Oplossingsrichtingen worden dan veelal gezocht binnen het bestaand aanbod waardoor geen innovatie plaatsvindt of verder verkenning van talenten en passie van de bewoner en wat er in de buurt mogelijk is. Je kunt dit doen door stil te staan en te beseffen dat jouw scoop klein is dat je alleen samen verder komt. Stel je zelf de vraag: wie kan helpen? Welke bewoner, professional, ondernemer? Er wordt vaak gefocust op één partij, ook door bewoners: woonbouwcorporatie, de gemeente, de welzijnsorganisatie waar het heil vandaan moet komen. In dergelijk leerprocessen ga je op zoek naar mensen die mee willen doen, liefst zo divers mogelijk. Dus niet wat kan onze organisatie doen, maar wie kunnen we erbij betrekken.

  • Whatever the problem is , community is the anwer.
    Hans Brouwer (deelnemer dagactiviteiten) heeft ruim een jaar erover gedaan om naar de dagactiviteiten van Vreugdenhof te gaan. Doorverwezen door zijn huisarts om zichzelf en zijn vrouw meer lucht en plezier te geven in hun eigen leven, in hun relatie. Op de dagbesteding doet hij mee aan verschillende activiteiten. Zelf organiseert hij een muziekmiddag waar zo’n 12 mensen op af komen. De mensen op de dagbesteding vormen met elkaar een warme gemeenschap. Als je kijkt naar de rollen die mensen op deze dagbehandeling vervullen zie je geen verschil tussen vrijwilliger, beroepskracht of deelnemer.  Twee belangrijke factoren maken de dagbesteding succesvol: het vervoer en de ruimte voor diversiteit. Als je dit beseft dan snap je ook welke persoonlijke gevolgen evt. bezuinigingen voor Hans en zijn vrouw betekenen. Maar ook dat maatschappelijke kosten dan op andere posten groter worden. Als vervoer op maat ontbreekt betekent dit voor hem niet alleen minder sociale contacten ook zal hij geen bezoek kunnen brengen aan een oudere alleenstaande dame in de Rivierenbuurt. Hij bezoekt haar nog regelmatig omdat hij weet hoe belangrijk sociale contacten zijn. Intergaal en gebiedsgericht werken biedt kans om vanuit het besef van een diepe onderlinge verbondenheid te werken en kloven te dichten. Het biedt de kans om kennis en kunde, ervaringen op creatieve en innovatieve manier aan te wenden. Dit gaat verder dan interne afdelingen de opdracht geven om samen te werken. Ook hier speelt de vraag: welke kansen, ideeën, problemen wil je werken en betrek daarbij friskijkers en dwarsliggers en altijd met de mensen om wie het gaat. Hierin ligt een ander sturingsprincipe aan ten grondslag: niet sturen op verminderen of vermeerderen maar sturen op overschot en overhebben.

  • Verbinden door het persoonlijke verhaal
    Als je echt luistert naar het persoonlijke verhaal van iemand dan hoor je de waarde en betekenis van hetgeen iemand zegt,  dan ontstaat er oprechte verbinding. Vanuit die verbinding ontstaat de behoefte om bij te willen dragen naar eigen vermogen. Het is kunst om niet direct in oplossingen te schieten. Deze mens het recht te geven om eigen problematiek, op eigen wijze op te lossen. Alleen zo ontstaat veerkracht.

    Het vraagt van sociaal professionals een beetje moed om meer nabij en persoonlijke verbindingen aan te gaan. Oog hebben voor leerervaringen die gedeeld kunnen worden met mensen in dezelfde situatie. Oog hebben voor verbinding, mensen bij elkaar brengen om samen zelf te doen en datgene wat je geleerd hebt beschikbaar te stellen voor je gemeenschap. En vooral datgene te doen wat gedaan moet worden.

  • Spanning, verlangen en conflict als bron van wijsheid
    Veel spanningen en conflicten ontstaan door groepsvorming en wij-zijdenken. Binnen het sociale domein worden relaties vaak tegenover elkaar gezet in de zgn agogische DRIEHOEK: bewoner en zijn netwerk – professional – overheid. Uitgaan van CIRKELS van verbondenheid voorkomt dat je tegenover elkaar komt te staan en gaat uit van evenwaardigheid.  Mensen labelen (bewoner, prof etc) versterken het wij-zijgevoel. Dit gedrag heeft geen functie,  als er nog sprake is van individuen en niet van groepen. Omdat in de leerbijeenkomsten het leren centraal staat en de vuistregel is dat alles gezegd mag worden, wat gezegd moet worden, wordt voorkomen dat er standpunten worden uitgevochten. Trek dit door naar het alledaagse en iedereen draagt bij naar vermogen, er is een betere sfeer, betere verstandhouding, meer werkplezier en meer moed en lef om je als werker persoonlijk in te zetten, minder kloven tussen alle betrokkenen (bewoner, mantelzorg, vrijwilliger, beroepskracht, overheid enz).

Zoeken
Recente Reacties
    Archief