Voor de gelegenheid heeft Nel haar beroemde tomaten-groentensoep gemaakt plus een soep op basis van een recept ‘dat ik van MAX-tv heb.’ Malu (Philadelphia) en ik hebben broodjes meegenomen. Aan de eettafel van Nel schuiven deze keer ook Liesbeth (bedrijfsleider Spark United) en Saskia (vrouwennetwerk) aan. We wisselen nieuws uit, praten over buurtactiviteiten en gaan wat dieper in op de rol van een vertrouwenspersoon.

De eettafel vloeit voort uit de bijeenkomst, nu bijna een jaar geleden, die erop was gericht om professionals, actieve buurtbewoners en vrijwilligers uit de buurt dichter bij elkaar te krijgen. Van de betrokkenen wilden we weten waar buurtbewoners samenkwamen en hoe ze elkaar en de gemeenschap konden versterken.

Sindsdien komen we eens in de zes weken bij elkaar. In het begin waren buurtbewoners als Nel, Saskia, Samira en Milana er overigens zelden bij. En voor professionals was een kennismaking met elkaar voldoende, er zijn korte lijntjes met elkaar en voldoende overlegmomenten waar men elkaar tegenkomt. Actieve bewoners kunnen zich bij deze verschillende formele overlegstructuren desgewenst aansluiten.

Echter omdat buurtbewoners in eerste instantie verstek lieten gaan, benaderde ik Nel, Saskia en Milana via andere wegen en vroeg ik ze waar zij wel behoefte aan hadden. Alle drie zeiden ze volmondig liever informeler en in kleinere groepen te willen praten. ‘Gewoon met mensen die actief in de buurt zijn.’

Met hun antwoord gaven Nel, Saskia en Melania haarfijn aan wat er nodig is om een gemeenschap sterker te maken. In een krachtige en samenhangende samenleving weten bewoners elkaar te vinden, herkennen ze elkaars talenten, benutten ze elkaars kwaliteiten en ontplooien ze gezamenlijk initiatieven.

Professionals kunnen dat proces stimuleren, maar alleen door aan te sluiten en als ze oog hebben voor en uitgaan van de energie en de verlangens van de buurtbewoners. Community building, het kan niet genoeg benadrukt worden, draait om wat buurtbewoners zelf willen en kunnen. En professionele ondersteuning is welkom, als buurtbewoners daarom vragen.

De tijd aan de eettafel verloopt snel, te snel. We komen tijd tekort. Onze agenda’s – nog te zeer bepaald door de wereld van het systeem – staan ons niet toe nog langer in de huiskamer van Nel te vertoeven.

Bij het afscheid zegt Liesbeth dat ze het zoveel fijner vindt om zo, in de huiskamer, aan de eettafel, bij elkaar te komen. ‘We praten dan als gelijken met elkaar.’ Aan de eettafel verdwijnen, wat plechtstatiger geformuleerd, de verschillen tussen de systeem- en leefwereld. En we worden er allemaal blij van. Over twee maanden eten we bij Liesbeth thuis.

Irma Vroegop, sociaal ondernemer, community coach

Met Nel Gallouh (buurtvertrouweling), Saskia Draaisma (kartrekker Vrouwennetwerk Geuzeveld), Malu de Wit (Philadelphia), Liesbeth Wit (bedrijfsleider Spark United)

 

 

Ga maar staan, dan horen ze je beter!’ tipt de buurvrouw met 30 jaar bad juf-ervaring. Het toegesproken meisje staat ietwat bedremmeld op en vertelt aan de aanwezige buren dat zij graag een meidenclub wil. Er is veel voor jonge kinderen geregeld, zegt ze, maar de buurt heeft meiden van 18plus weinig te bieden. Dat het meisje het initiatief neemt, is bijzonder. Hoewel, ze treedt daardoor wel in de voetsporen van haar moeder, Fatima, die vandaag voor de hapjes zorgt en een vrouwengroep en de maandelijkse Hightea in het buurthuis begeleidt. De sfeer is goed op deze lentedag vlak voor Pasen. Het is het eerste buurtoploopje.

Lange adem vereist
Tijdens een lunch, zes weken geleden, vroeg ik aan Cheryl (Philadelphia) en Lianne (Dynamo) wanneer zij tevreden zouden zijn over het buurtoploopje.  Hun antwoord: ‘als er ten minste één nieuweling komt.’ We spraken op die gelegenheid ook over de functie van een buurthuis: is het een plek voor de buurt, waar mensen zich vrij kunnen voelen om dingen te doen die zij belangrijk vinden. Is het buurthuis er voor iedereen, dus ook voor mensen die begeleid wonen, en dan niet als aparte categorie maar gewoon als buurtbewoner?

We discussiëren ook over de mogelijkheden van het buurthuis en over de kansen om nieuwe energie aan te boren. Na de lunch togen we de buurt in, om te horen wat bewoners van het buurthuis vonden. Zo hoorden we dat ook de tennisvereniging een belangrijk ontmoetingspunt vormt en dat een groepje wielrenners uit de buurt wekelijks een rondje van 80 kilometer fietst. En de geschiedenis van de  buurttuin en dat bewoners elkaar op de jeu de boules baan treffen.

Na het straatjutten spraken we af dat Lianne en Cheryl wekelijks de buurt in zouden gaan om praatjes te maken en mensen uit te nodigen voor het buurtoploopje. Gewoon aanbellen en flyers uitdelen kon ook. Nog bij het feestelijk inrichten van de buitentafels, spraken zij hun twijfels uit. ‘In deze buurt werken mensen alleen maar, overdag loopt er niemand op straat, er is geen behoefte aan grotere saamhorigheid.’

Community building vereist lange adem. Het is vergelijkbaar met het verhaal over De Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupéry, een lieftallig relaas waarin een prins door steeds weer te verschijnen het vertrouwen van een vosje weet te winnen.

Present zijn en vertrouwen winnen
De hapjes van Fatima en het warme welkom creëren een ontspannen en gezellige sfeer op het eerste buurtoploopje. Mensen worden uitgenodigd om iets over zichzelf te vertellen. En wat willen zij voor hun buurt en wat kunnen zij eraan bijdragen? Er melden zich drie! nieuwe bewoners. Ook zijn er enkele trouwe bezoekers, zoals Sonja, die graag cultureel wil koken met buren. Ze was al eerder actief voor de buurt geweest en heeft zin om weer wat te doen.

De oogst van deze lentedag is dat mensen een gezellige middag hebben, dat buurman Achmed, die nu zeven maanden in de buurt woont, met een paar buurtgenoten kennis heeft gemaakt en er drie ideeën zijn geopperd die direct opgepakt kunnen worden.

‘Er is niemand gekomen die we tijdens de buurtschouw op straat hebben aangesproken, maar ik heb wel geleerd dat je ook kunt vertrouwen op het netwerk van de bewoners die al betrokken zijn’, zegt Cheryl na afloop. Lianne beaamt dit en voegt daar aan toe ‘Mij is ook duidelijk geworden dat je je verwachtingen moet leren loslaten, en erop durven te vertrouwen dat het wel goed komt’.

De kunst van community building is om het ijzer te smeden als het heet is, en je moet niet te lang  wachten om vervolgafspraken te maken met de mensen die ideeën opperen. En je moet lef tonen, mijn collega’s hoorden van bewoners dat ze het helemaal niet erg vinden al er bij hen aangebeld wordt. Ze zien het helemaal niet als een aantasting van privacy. Integendeel, buurtbewoners stellen het op prijs als mijn collega’s aanbellen, want dan hebben ze het gevoel dat ze daadwerkelijk welkom zijn. Door als community builder present te zijn, win je het vertrouwen van bewoners. En dat is uiteindelijk de crux voor het ontstaan van een hechte gemeenschap.

Irma Vroegop, sociaal ondernemer, community coach
Met Cheryl Steunebrink (Stichting Philadelphia) en Lianne van Rooijen (Dynamo Amsterdam)

Een groepje vrouwen in het voormalig verzorgingshuis Nieuw Geuzenveld praat vanochtend over de vraag waar zij zich thuis voelen, of zij een eigen plek hebben. De gesprekspartners vormen een gemêleerd gezelschap, ze zijn jong, oud, geschoold, ongeschoold, vrijwilliger, professional, buurtgenoot, wonen zelfstandig of begeleid en hebben verschillende culturele en religieuze achtergronden. Maar één ding hebben ze gemeen, ze zijn allen vrouw.

Dat gemeenschappelijke, hun gender, maakt het mede mogelijk om verbindingen te leggen, grenzen op te heffen en van elkaar te leren. Een voorbeeld van hoe dat gaat: Nel vertelt over haar ‘thuisplek’: een ruimte in haar huis waar zij zich graag een uurtje terugtrekt. Denise hoort haar verhaal enthousiast aan en laat weten dat ze ook zo’n plekje voor zichzelf wil omdat ze ‘soms maar moeilijk’ met haar boosheid om kan gaan. Aan het einde van de ochtend spreken Nel en Denise af om er apart nog eens over door te praten.

Een gezamenlijke dans waarin niemand leidt

Enige tijd terug alweer, tijdens een Burendag, gaven diverse vrouwen uit de buurt aan dat ze een vrouwenochtend wilden. Vandaag is alweer de achtste keer dat ze samen komen. Om het elan te behouden, hebben de vrouwen tussentijds contact met elkaar. Vragen ze via mail, telefoon of app of deze of gene er de volgende keer ook weer bij is, en wat iemand de volgende keer met de groep zou willen delen.

Als community builder sta ik niet buiten de groep, integendeel ik ben met de vrouwen verbonden en doe actief met hen mee. Tegelijkertijd let ik als professional op de groepsdynamiek, en coach ik de gespreksleidster als zij daarom vraagt. Er is ook een verschil tussen de groep en mij: ik ben er slechts tijdelijk bij, terwijl de relaties die hier ontstaan, vriendschappen wellicht, voor het leven kunnen zijn.

De relaties die de vrouwen met elkaar aangaan, zijn gebaseerd op vertrouwen, verwantschap en gelijkwaardigheid. Gezamenlijk dansen ze een dans waarin niemand leidt en waarvan ze zelf de duur bepalen.

Community building is een continue proces van verbinden. Een intensief proces dat veel van iedere deelnemer vraagt. Ook van de professional die de groep ondersteunt. Het is zoals de ontwerper van de ABCD-aanpak, Cormac Russell, onlangs tegen mij zei: ‘Het hoort bij je vaardigheden als community builder om op evenwichtige wijze met die intensiteit om te gaan. Alleen dan kan je de community helpen om zichzelf te versterken.’

Irma Vroegop werkzaam als community builder, coach en procesbegeleider

Buiten is het grijs, de beloofde zonnestralen blijven uit. Ook deze week hebben we gepland om met koek en koffie de buurt in te gaan om praatjes met buurtbewoners te maken. We zijn benieuwd naar wat er speelt en leeft, wat mensen bezig houdt en waar nieuwe verbindingen mogelijk zijn. ‘Kom laten we lente brengen’, zeg ik vooral om mezelf in de juiste stemming te brengen.

Met Monique (Prisma) en Peet (GGZ inGeest) brainstormen we wat. We besluiten bloemen te kopen. Peet overtuigt ons om ook chocolade mee te nemen. Monique en Peet kennen wel een paar bewoners bij wie langs kunnen gaan. Vrolijk en opgelaten gaan we de Lidl in om met zorg bloemen en lekkers uit te zoeken.

Het eerste bezoek is aan Erwin en Saskia, die begeleid wonen, daarna gaan we  verder de buurt in. We verrassen Bas. Hij is zichtbaar blij met de bloemen en kent desgevraagd nog wel iemand anders die graag bloemen krijgt: de buurvrouw om de hoek. Haar zoon doet open nadat we aangebeld hebben. Het is kennelijk aanstekelijk, ook hij is blij verrast als hem bloemen in de hand worden gedrukt. ‘Voor jou en je moeder.’

En ja, ook hij kent iemand die bloemen verdient: de buurman die zijn gehandicapte zoon helemaal zelf verzorgt. En deze buurman is niet alleen blij maar vooral ontroerd als hij bloemen in de hand gedrukt krijgt. Het mag zo langzamerhand niet langer verwonderen dat ook deze buurman iemand kent van wie hij vindt dat ze in aanmerking komt voor een bloemenhulde: de bovenbuurvrouw die samen met haar man voor haar broer met een verstandelijke beperking zorgt.

“Wat is het fijn om mensen blij te maken, met een gesprek, chocola of bloemen, schrijft Monique later in onze Whatsappgroep. Het is ook fijn om als mens bij jezelf op zoek te gaan naar wat jou plezier geeft en enthousiast maakt. Om je te verbinden met positieve energie, laat je de lente niet alleen in jezelf maar ook in anderen ontluiken. Plezier is  besmettelijk, en dat zie je altijd terug in de reacties van mensen om je heen.

Wat dit van je vraagt – als buurtverbinder/community builder- dat je opzoek gaat naar datgene waaraan je ook zelf plezier beleeft, en buiten de gebaande paden durft te treden. ‘Houd je van musiceren, ga net als Peet met gitaar op pad. Is fotografie je passie, maak foto’s en deel ze uit. Wees ontvankelijk voor onverwachte en verhulde signalen, hoor de diepe wens of het stille verdriet.’ Er is niet veel voor nodig: een klein beetje geld, 2 vrije uren in je agenda en het lef om het net even iets anders te doen.

 

Irma Vroegop werkzaam als community builder, coach, procesbegeleider

Met Monique Niezen (Stichting Prisma) en Peter Langen (GGz inGeest)

 

Op enige afstand zie ik een wat oudere man fanatiek de straat schoon bezemen. Hij maakt me nieuwsgierig. Wie is hij, wat drijft hem? En ook, wat weet hij van de buurt?

Als mijn collega’s en ik een uurtje later met koffie en koek de buurt in gaan om met bewoners in contact te komen, sluit de veger zich bij ons aan. Hij heet Hans. Ik dacht nog bij mezelf wat een opmerkelijke naam voor iemand van onmiskenbaar Marokkaanse afkomst. Alsof hij mijn gedachten kan raden, zegt hij ineens: ‘Eigenlijk heet ik Hassan, maar omdat mijn Nederlandse collega’s vroeger mijn naam niet konden uitspreken, noem ik mezelf Hans.’

Eenmaal op stoom vertelt Hans dat hij zich vroeger ook als Afrikaanse Turk voorstelde. ‘Dat snapten de mensen ten minste, ze hadden namelijk geen idee waar Marokko lag . Afrika daarentegen deed vaak wel ergens een belletje rinkelen. Nu kom je overal in Marokko Nederlanders tegen, in hun auto met caravan. Ook Marokkaans eten is populair, terwijl je daar tot voor kort echt niet mee aan hoefde te komen.’

In een paar rake zinnen schildert Hans hoezeer het beeld van zijn Nederlandse buurtgenoten in de  loop der tijd is veranderd.

Bas is helemaal niet blij met al die veranderingen. Integendeel hij voelt zich steeds minder thuis in de buurt, die volgens mevrouw A. vroeger heel sociaal was. Toen, vertelt ze, was er bijvoorbeeld altijd wel een buurman of buurvrouw die met de pet rond ging als een buurtgenoot was overleden.  ‘Van het opgehaalde geld werd dan een bloemstuk gekocht en als er nog wat geld overschoot dan ging dat naar de nabestaanden van de overledene.’

Wanneer een bewoner van Pakistaanse afkomst dit hoort, herinnert hij zich het moment dat een lijkwagen zijn buurvrouw ophaalde. Pas toen hoorde hij dat ze was overleden. In zijn geboorteland zou hij dat al lang hebben geweten want daar kijken de mensen naar elkaar om.

Dezelfde Pakistaanse buurman vertelt dat hij trots is op zijn buurman  Hans omdat die goed voor de buurt zorgt en lacht onbedaarlijk als hij hoort dat Hans zijn collega’s vroeger vertelde een Afrikaanse Turk te zijn.

In nog geen uur hoor ik dit en andere kleine verhalen over het leven van buurtbewoners. Verhalen over hun jeugd en hun leven nu, in zo maar een buurt in Nederland.

Mijn collega Peet, die voor de tweede keer met mij de buurt ingaat, is blij verrast door wat hij hoort en ziet. ‘Wat leuk en waardevol is dit’, zegt hij. ‘En hoe simpel is het eigenlijk om mensen te laten vertellen. Het enige dat je nodig hebt, is koffie en koek.‘

Peet heeft gelijk, als je nieuwsgierig bent en een open houding aanneemt, kun je veel te horen krijgen. Maar achter die verhalen gaat ook persoonlijk leed schuil.  Bas die vereenzaamt, zich  financieel nauwelijks het hoofd boven water kan houden en het liefst weer een vrouw om zich heen heeft. De Pakistaanse buurman die werkloos thuis zit omdat zijn lijf niet meer mee werkt.

Als mensen zoals Hans, Bas, mevrouw A. en de Pakistaanse buurman hun levensverhalen met elkaar delen, horen en zien ze elkaar en kunnen nieuwe verbindingen tot stand komen.  Als community builder heb je weinig invloed op grote problemen als armoede en gezondheid. Wat je echter wel kunt doen, is een klimaat creëren waarin mensen oog hebben voor elkaar en weer met, in plaats van naast elkaar te leven.

 

Irma Vroegop, werkzaam als community builder, coach en procesbegeleider.

Werken vanuit mogelijkheden en vertrouwen

Lukt het ons -professionals in het sociaal domein- om van de eigen kracht van mensen uit te gaan? Lukt het ons om vitale gemeenschappen te helpen ontstaan? Of zitten onze oude opstellingen ons nog in de weg. Een voorbeeld van hoe deze nieuwe houding kan uitpakken. 

We willen zodanig met bewoners samenwerken in buurten, wijken en zorgcentra, dat een dragende gemeenschap ontstaat waaraan iedereen naar eigen vermogen kan meedoen. Daarbij is het belangrijk om steeds twee dingen voor ogen te houden. Mensen verlangen er naar om zelf keuzes te maken, zelf de regie te voeren, te doen wat ze zelf willen. Tegelijk willen mensen in verbinding zijn met anderen en deel uitmaken van een clubje, groep of gemeenschap.

Ruimte bieden
Ik begon mijn loopbaan in verschillende wooncentra voor ouderen. Hier maakte ik me vaak druk om de zeggenschap van bewoners. ‘Hoe kan hun stem het beginpunt zijn van onze dienstverlening’, vroeg ik mij af. ‘Hoe kunnen we bewoners de ruimte bieden om te doen wat ze graag willen doen?’ Werken vanuit mogelijkheden en vertrouwen is mijn natuurlijke insteek. Tegenwoordig werk ik als facilitator en coach in het sociaal domein. Zo ben ik sinds oktober betrokken bij Gewoon Bijzonder [1]een ‘community boost’ in vier wooncomplexen van ouderen.

Focus op kracht
‘Community-building’ is de gangbare naam voor een vernieuwende aanpak. Dat label vind ik niet zo interessant. Wat voor mij vooral telt, is dat het werkt. Het is heel simpel, gewoon een kwestie van doen. Maar het is wel wat anders dan we gewend zijn. Als professionals in het sociaal domein zijn we gewend om te focussen op: ‘Waar zitten de problemen, hoe lossen we die op’. We claimen de wijsheid, deskundigheid en verantwoordelijk. De nieuwe aanpak richt zich daarentegen op de kracht van mensen en op wat ze samen willen doen. Wijsheid is in de groep aanwezig. Waar dit je uiteindelijk brengt, staat vooraf niet vast. De ervaring leert, dat er hoe dan ook verbindingen uit voortkomen – groot of klein. En uit die verbindingen komen weer nieuwe samenwerkingen, relaties, vriendschappen voort.

Een beweging naar beweging
Een voorbeeld: Liesbeth van der Hurk, bewoonster van Wooncentrum de Drecht zegt dat ze graag op een loopband zou willen oefenen. Binnen het centrum blijkt dit lastig te organiseren: het ontbreekt aan toezicht, men kan er geen verantwoordelijkheid voor nemen. Mijn collega en ik gaan praten met de eigenaar van de boksschool aan de overkant. Kunnen we langskomen met iemand die wil trainen? Boksschooleigenaar Raymond Joval is enthousiast, hij wil graag van meer betekenis zijn voor zijn buurt. Na de eerste kennismaking en klik blijken er al gauw meer bewoners interesse te hebben. Momenteel zijn er twee sportgroepen actief en is Raymond in het wooncentrum een vriend aan huis. Liesbeth ontpopt zich tot een aanjager. Ze organiseert voor haar medebewoners een workshop over gezond leven, waarbij Raymond komt praten. Liesbeth is trots dat het haar, met wat hulp en ondersteuning van ons team, gelukt is. Het sporten aan de overkant leidt bij een van de bewoners tot vermindering van haar bloedsuikerproblemen. Zo leidt samen doen tot meer gezondheid, meer zelfvertrouwen, meer contact tussen bewoners en ook meer contact met de omgeving. De rol van mijn collega en mij? Luisteren, vragen, ideeën delen met anderen, mensen in contact met elkaar brengen, verbinden, helpen tot zelf doen, geven, loslaten, vinger aan de pols houden, luisteren, vragen…

Winst behalen
Natuurlijk is community-building niet zaligmakend. In de Drecht is een beweging ontstaan, die zichzelf bestendigt. Dat is mooi, maar hoeft lang niet altijd zo te zijn. Voor mij staat echter vast, dat uitgaan van kracht mensen energie geeft en in beweging brengt. Van organisaties en professionals vraagt dit een andere opstelling. Niet de agenda en doelen van de organisatie zijn leidend, maar die van bewoners in hun werkgebied. Dat vraagt een goede verstandhouding, samen optrekken, en een oprechte belangstelling voor het wel en wee van mensen. Dit geldt natuurlijk voor alle lagen van de organisatie. Er is nog veel winst te behalen, door echt open te staan voor wat mensen raakt en beweegt en door hun potentieel aan te spreken.

[1] Verslag Half jaar Community Building in vier ouderen complexen. http://ikvolgje.nl/20160615%20Gewoon%20Bijzonder-pas%20op%20de%20plaats.pdf

Dideeen steunen en versterkenonderdag 21 januari 2016 praten we over 1,5 jaar ervaring met verhalen van bewoners als inspiratiebron voor sociale verandering. We zijn bewoners, professionals en ambtenaren uit Buitenveldert. We ontdekten dat drie cruciale krachtbronnen leiden tot succesvolle bewonersnetwerken.

  1. Neem de praktijk als vertrekpunt en bouw daaromheen een netwerk van relevante partijen
  2. Werk altijd vanuit gezamenlijk opdrachtgeverschap
  3. Maak jaarbegrotingen en subsidiestromen dienend aan het primaire proces.

Open deuren, toch!
Daarom zal de discussie zich toespitsen op de vraag Waarom gebeurt dit zo weinig? én vooral op de vraag Wat is er nodig om dit samen voor elkaar te krijgen?

aan tafelHoe werk je als bewoner, sociaal professional of ambtenaar samen in een veranderende wereld? Hoe ga je om met de vanzelfsprekende spanning tussen de verschillende belangen en behoeftes. Wat kan jij doen vanuit jouw rol en verantwoordelijkheid om in gezamenlijkheid te bouwen aan succesvolle netwerken, innovaties en praktijken?

Regelmatig organiseer ik, vaak samen met een netwerkpartner, leerbijeenkomsten voor verschillende doelgroepen.

Karakteristiek voor leerbijeenkomsten zijn de mate van lichtheid, veiligheid en optillen en afzakken van de praktijk. De aanpak is gebaseerd op vijf principes:

  • Leren door doen en reflecteren
    Geen oeverloos gepraat over missie en visie, klantroutes etc. In een leertraject bewandelen we niet de instrumentele weg en stopten we geen energie in het samenstellen van welzijnsarrangementen of het opstellen van standaardprocedures. We richten een leeromgeving in, zorgden ervoor dat alle invalshoeken aan tafel zaten zodat de implementatie van deze methodiek door de huidige uitvoerenden, professionals en bewoners zelf wordt gedaan. Door als lerend ‘team’ te willen functioneren kun je vanuit die gedeelde praktijken toewerken naar gezamenlijk innovaties. Dit gebeurde aan de hand van praktijkverhalen en het opsporen van werkzame mechanismes.  Op deze manier werk je aan veerkracht en bekwaamheid van de betrokkenen en zorg je voor een verband dat in staat is zichzelf permanent te verbeteren, te vernieuwen en te ontwikkelen. Twijfelaars en critici worden over de streep getrokken en ambassadeurs van de vernieuwing. Elkaar verhalen vertellen ipv de blauwdrukaanpak.
  • Samen kom je verder
    Iedereen weet het maar niemand doet het. Als je vraagt naar de waarde van samenwerken vindt iedereen het belangrijk. Maar toch modderen de meesten in hun eentje. Denk aan de POHer die een eenzame oudere bezoekt. Zij heeft goed in beeld waar deze oudere behoefte aan heeft en naartoe zou kunnen maar het ontbreekt haar aan een verfijnde blik op wat er leeft en speelt in de buurt. Kan ook niet anders. Er is veel onzichtbaar voor beroepskrachten die niet in de buurten werken.  Oplossingsrichtingen worden dan veelal gezocht binnen het bestaand aanbod waardoor geen innovatie plaatsvindt of verder verkenning van talenten en passie van de bewoner en wat er in de buurt mogelijk is. Je kunt dit doen door stil te staan en te beseffen dat jouw scoop klein is dat je alleen samen verder komt. Stel je zelf de vraag: wie kan helpen? Welke bewoner, professional, ondernemer? Er wordt vaak gefocust op één partij, ook door bewoners: woonbouwcorporatie, de gemeente, de welzijnsorganisatie waar het heil vandaan moet komen. In dergelijk leerprocessen ga je op zoek naar mensen die mee willen doen, liefst zo divers mogelijk. Dus niet wat kan onze organisatie doen, maar wie kunnen we erbij betrekken.

  • Whatever the problem is , community is the anwer.
    Hans Brouwer (deelnemer dagactiviteiten) heeft ruim een jaar erover gedaan om naar de dagactiviteiten van Vreugdenhof te gaan. Doorverwezen door zijn huisarts om zichzelf en zijn vrouw meer lucht en plezier te geven in hun eigen leven, in hun relatie. Op de dagbesteding doet hij mee aan verschillende activiteiten. Zelf organiseert hij een muziekmiddag waar zo’n 12 mensen op af komen. De mensen op de dagbesteding vormen met elkaar een warme gemeenschap. Als je kijkt naar de rollen die mensen op deze dagbehandeling vervullen zie je geen verschil tussen vrijwilliger, beroepskracht of deelnemer.  Twee belangrijke factoren maken de dagbesteding succesvol: het vervoer en de ruimte voor diversiteit. Als je dit beseft dan snap je ook welke persoonlijke gevolgen evt. bezuinigingen voor Hans en zijn vrouw betekenen. Maar ook dat maatschappelijke kosten dan op andere posten groter worden. Als vervoer op maat ontbreekt betekent dit voor hem niet alleen minder sociale contacten ook zal hij geen bezoek kunnen brengen aan een oudere alleenstaande dame in de Rivierenbuurt. Hij bezoekt haar nog regelmatig omdat hij weet hoe belangrijk sociale contacten zijn. Intergaal en gebiedsgericht werken biedt kans om vanuit het besef van een diepe onderlinge verbondenheid te werken en kloven te dichten. Het biedt de kans om kennis en kunde, ervaringen op creatieve en innovatieve manier aan te wenden. Dit gaat verder dan interne afdelingen de opdracht geven om samen te werken. Ook hier speelt de vraag: welke kansen, ideeën, problemen wil je werken en betrek daarbij friskijkers en dwarsliggers en altijd met de mensen om wie het gaat. Hierin ligt een ander sturingsprincipe aan ten grondslag: niet sturen op verminderen of vermeerderen maar sturen op overschot en overhebben.

  • Verbinden door het persoonlijke verhaal
    Als je echt luistert naar het persoonlijke verhaal van iemand dan hoor je de waarde en betekenis van hetgeen iemand zegt,  dan ontstaat er oprechte verbinding. Vanuit die verbinding ontstaat de behoefte om bij te willen dragen naar eigen vermogen. Het is kunst om niet direct in oplossingen te schieten. Deze mens het recht te geven om eigen problematiek, op eigen wijze op te lossen. Alleen zo ontstaat veerkracht.

    Het vraagt van sociaal professionals een beetje moed om meer nabij en persoonlijke verbindingen aan te gaan. Oog hebben voor leerervaringen die gedeeld kunnen worden met mensen in dezelfde situatie. Oog hebben voor verbinding, mensen bij elkaar brengen om samen zelf te doen en datgene wat je geleerd hebt beschikbaar te stellen voor je gemeenschap. En vooral datgene te doen wat gedaan moet worden.

  • Spanning, verlangen en conflict als bron van wijsheid
    Veel spanningen en conflicten ontstaan door groepsvorming en wij-zijdenken. Binnen het sociale domein worden relaties vaak tegenover elkaar gezet in de zgn agogische DRIEHOEK: bewoner en zijn netwerk – professional – overheid. Uitgaan van CIRKELS van verbondenheid voorkomt dat je tegenover elkaar komt te staan en gaat uit van evenwaardigheid.  Mensen labelen (bewoner, prof etc) versterken het wij-zijgevoel. Dit gedrag heeft geen functie,  als er nog sprake is van individuen en niet van groepen. Omdat in de leerbijeenkomsten het leren centraal staat en de vuistregel is dat alles gezegd mag worden, wat gezegd moet worden, wordt voorkomen dat er standpunten worden uitgevochten. Trek dit door naar het alledaagse en iedereen draagt bij naar vermogen, er is een betere sfeer, betere verstandhouding, meer werkplezier en meer moed en lef om je als werker persoonlijk in te zetten, minder kloven tussen alle betrokkenen (bewoner, mantelzorg, vrijwilliger, beroepskracht, overheid enz).