Het schouwspel: community building

06 september 2020,   By ,   0 Comments

Investeren in de buurt en haar bewoners is meer dan een kwestie van geld. KOEK, Nieuwe Verbindingen en Buurtmakersaanpak laten zien dat de inzet en betrokkenheid van bewoners cruciaal is voor de kracht van een buurt. En het begint allemaal met een kopje koffie en een praatje.

Op de website voor sociale vraagstukken merkte Anita Keita – directeur van Versa Welzijn – op 14 juli 2020 op dat gemeenten ondanks het bewezen nut van gemeenschapsopbouw er niet vanzelfsprekend in investeren.

Bij de politieke en bestuurlijke overwegingen om al dan niet geld in burgers en buurt te steken, spelen volgens Keita twee factoren een belangrijke rol: de stand van de gemeentelijke begroting en de wens van politici om op korte termijn resultaten te boeken. Vooral dat laatste staat haaks op het gegeven dat de opbouw van krachtige buurten tijd kost.

Keita wijst er terecht op dat gemeenten bijna automatisch bezuinigen op de sociale basis, zodra ze geconfronteerd worden met tekorten op hun begroting. Kritiek op dat automatisme is terecht, maar de suggestie die ervan uitgaat dat gemeenschapsopbouw of community building vooral afhankelijk is van geld, is onjuist. De betrokkenheid en inzet van bewoners is veel belangrijker.

Bewoners als vertrekpunt
KOEK, Nieuwe Verbindingen, Buurtmakersaanpak: het zijn drie verschillende namen voor een bijzondere aanpak om mens en buurt meer op elkaar te betrekken. Een die bewoners stimuleert om zichzelf te ontplooien en vervolgens gezamenlijk te bouwen aan open, vitale en veerkrachtige gemeenschappen waarin bewoners samen met professionals experimenteren met vormen van inclusief samenleven.

Zowel KOEK als Nieuwe Verbindingen en de Buurtmakersaanpak ontlenen veel van hun gedachten aan het Angelsaksische Asset Based Community Development. Een ontwikkelingsvorm waarvan het vertrekpunt ligt in de wijk en haar bewoners.

Kort gezegd, een aanpak die start met een exploratie van de aanwezige capaciteiten en vaardigheden van buurt en bewoners en uitmondt in een individueel en collectief toekomstplan. En waar nodig wordt gezocht naar externe steun voor de uitvoering ervan.

Bouwers van de gemeenschap
In de aanpak ter bevordering van individuele en collectieve ontwikkeling zoals KOEK, Nieuwe Verbindingen en Buurtmakersaanpak voorstaan, spelen vier deelnemers een belangrijke rol. De volgorde waarin ik ze behandel, is willekeurig en dient niet gezien te worden als rangschikking naar waarde en betekenis. Ze zijn alle vier evenveel waard en betekenisvol.

Om te beginnen is er de community builder of wijkcoach. Een professional die werkt vanuit de gemeenschap, aansluiting heeft bij de leefwereld van wijkbewoners en hen zowel individueel als collectief begeleidt. Hij (of zij) is een verbinder van mensen, talenten, passies en wensen, toont lef, is creatief en vernieuwend.

Mira is zo’n professionele duizendpoot. Een vijftiger die mensen kán volgen omdat haar rol niet is ingeperkt door prestatieafspraken tussen welzijnsorganisatie en gemeente. Daardoor kan ze als community builder doen wat nodig is, voor buurt en bewoners.

In haar vrije rol zoekt Mira actief contact met buurtbewoners zo maar op straat of bijvoorbeeld bij een pipowagen in de buurt. Onder het genot van een kopje koffie praat ze met hen over hun wensen en verlangens. Ze luistert naar hun vragen en verhalen.

Mira zoekt samen met de buurtbewoners hoe zij, zonder druk en in eigen tempo, aan het buurtleven kunnen meedoen. En hoe zij met een beroep op hun talenten en vaardigheden iets voor een ander kunnen doen.

Wederkerigheid
Cruciaal voor haar werkwijze is het uitgangspunt dat ieder mens mee wil doen, en dat buurtbewoners een gevoel van wederkerigheid willen ervaren, oftewel dat zij zien en gezien worden, helpen en geholpen worden en aandacht geven en krijgen.

Hierdoor krijgt iedere buurtbewoner het gevoel dat hij van betekenis is en dat zijn eventuele beperking geen beletsel vormt om daadwerkelijk mee te doen.

Neem Marc (44): vanwege zijn psychosen heeft hij vele jaren in instellingen doorgebracht, nu woont hij in de wijk. Hij vindt het spannend om voor het eerst in zijn leven zelfstandig te wonen. Eng ook wel, want hij moet het doen zonder de bescherming en de veiligheid van de instelling.

Om zijn buren en andere buurtbewoners te leren kennen, heeft Marc een persoonlijk begeleider nodig. Uit zichzelf durft hij niet op zijn buren af te stappen. Via Mira is Marc in contact gekomen met Luna. Zij treedt op als diens persoonlijke begeleider.

Meer samenhang door tafeltennis
In gesprek met Luna vertelde Marc onder anderen dat hij vroeger vaak tafeltenniste en dat hij dat graag weer zou willen doen. Door hun gesprekken en beider inspanning staat er thans een tafeltennistafel op een plein in de buurt. Daar heeft Marc wat aan – hij kan tafeltennissen en met andere mensen in contact komen – en ook de buurt is erbij gebaat – het plein heeft aan levendigheid gewonnen. En doordat buurtbewoners elkaar vaker tegenkomen, neemt de samenhang in de buurt toe.

Behalve dat dit voorbeeld de essentie van de gevolgde werkwijze weergeeft, introduceert ze ook de persoonlijk begeleider. Een zorgprofessional die mensen in hun dagelijkse leven ondersteunt, en gesprekken met hen voert over het toekomstperspectief dat zij voor ogen hebben. Gesprekken in de trant van ‘wat zou je willen doen, wat wil jij aan de buurt bijdragen?’

Geen regelzucht, maar betrokkenheid
Peet (51) is als persoonlijk begeleider sterk betrokken bij het wel en wee van de buurtbewoners onder zijn hoede. Als ervaringswerker snapt hij als geen ander dat mensen zoveel mogelijk zelf willen doen. Hij is geen regelaar en werkt vanuit passie.

Illustrerend voor zijn manier van werken, is zijn begeleiding van Ingrid (47), een vrouw die van mooie kleren houdt, maar geen geld heeft om ze te kopen.

Peet vertelt haar niet dat ze maar zoveel geld heeft en daarmee moet zien te redden, maar wijst Ingrid op het bestaan van de ‘weggeefwinkel’: een winkel waar je tegen inlevering van ‘oude’ kleren, ‘nieuwe’ kleren mag uitzoeken. Ter ondersteuning gaat Peet bij Ingrids eerste bezoek aan de weggeefwinkel met haar mee.

De buurtverbinder als schakel
Community building is van en draait om buurtbewoners. De community builder of wijkcoach en de persoonlijk begeleider ondersteunen bewoners waar nodig om hun wensen en verlangens, voor zichzelf en de buurt, uit te werken en zetten actief mensen op elkaar spoor. De professionals zijn kortom dienend aan de buurtbewoners. Niet het belang van de professional of welzijnsorganisatie maar dat van buurtbewoners staat voorop.

Hoe zwaar de participatie van bewoners zelf weegt, blijkt ook uit de bijdrage en betekenis van buurtverbinders in de buurt. Iedere buurt of wijk kent een of meerdere bewoners die omkijken naar anderen, zich inzetten voor aanleg en beheer van het groen, zwerfvuil bestrijden en zich beijveren voor meer sociale samenhang. Als verbinders pur sang vormen zij een onmisbare schakel tussen bewoners en professionals.

Theo (67), net gepensioneerd, is zo’n verbinder. Hij kent iedereen en weet wat er in de buurt speelt en is een belangrijke bondgenoot van de community builder. Ook is hij een steun en toeverlaat voor de persoonlijke begeleiders. Hij weet vaak waarom iemand plots verstek laat gaan bij activiteiten en meldt als er ‘gedoe’ is.

Verbindingen leggen
In community building, of dat nu onder de noemer gaat van KOEK, Nieuwe Verbindingen, Buurtmakersaanpak, werken bewoners en professionals samen aan individuele en collectieve ontwikkeling. Lees: aan versterking van buurt en buurtbewoners

Leidend idee bij deze aanpak is dat iedere bewoner, ook de kwetsbare, kan en wil meedoen en dat wederzijde hulp en ondersteuning alle bewoners en de buurt tegemoet komen.

Om community building gestalte te geven, moeten verbindingen worden gelegd: tussen burgers onderling, en tussen burgers en professionals. Zodat ze samen uit kunnen vinden wat de buurt bezighoudt en wat bewoners drijft om al dan niet te participeren.

Belang buurt neemt toe
Het belang van de buurt is sinds de afkondiging van participatiesamenleving groter geworden. Vooral de decentralisaties van 2015, die gemeenten verantwoordelijk maakten voor zorg en welzijnsarrangementen op lokaal niveau, hebben daar zeer aan bijgedragen.

Grote vraag bij dit nog immer voortgaande proces is hoe gemeenten voorzieningen en buurten zodanig kunnen organiseren dat bewoners zich werkelijk ondersteund voelen bij hun persoonlijke ontwikkeling en dat van hun buurten.

Start met praatje en kopje koffie
De Buurtmakersaanpak, KOEK en Nieuwe Verbindingen laten zien dat het allemaal kan begint op een elementair niveau, met een kopje koffie en een praatje. Ze laten zien dat de kern van community building bestaat uit luisteren, kijken en samenwerken. Met een zoektocht naar bewoners en hun buurten en naar wat mensen willen.

De verschillende fasen van community building – praatje maken, toekomstplan opstellen, vieren van behaalde resultaten- lopen vaak kriskras door elkaar, en zijn daardoor niet altijd helder van elkaar te onderscheiden.

Wat er gaandeweg community building gebeurt, is dat bewoners zich steeds meer bij hun buurt betrokken voelen, en met plannen komen. Natuurlijk hoop je, terugkerend naar de kritiek op een al te snel van stal gehaald bezuinigingsbeleid, dat gemeenten ruimte blijven maken voor de uitvoering van bewonersplannen. Opdat buurtbewoners zich erkend en gekend voelen, de informele zorg toeneemt en mensen meer dingen voor elkaar en hun buurt gaan doen.

Zoeken
Recente Reacties
    Archief